Faculteit




НазваниеFaculteit
страница7/30
Дата25.09.2012
Размер2.14 Mb.
ТипДокументы
1   2   3   4   5   6   7   8   9   10   ...   30

1.6 VF-programma: INFORMATIESYSTEMEN 2


VF-code: TUE.INF.303.90.26


Programmaleiding: prof.dr.ir. J.C. Wortmann (Bdk/BISA); prof.dr. K.M. van Hee (WskI/I), prof.dr.ing. D.K. Hammer (WskI/I); prof.dr. J. Wessels (WskI/B&S)


Wetenschapsgebied ISN: 1203, 1207, 3304

Wetenschapsgebied NWO: P170, P160, S190

Toepassingsgebied NABS: N083, N076, N070, N10


Beknopte inhoudelijke beschrijving van het programma


1. Informatiesystemen vanuit bedrijfskundig perspectief

1.1 Ontwerpmethodologie voor informatiesystemen

1.2 Menskundige en organisatie-aspecten van de automatisering

1.3 Informatiesystemen in produktie en logistiek

1.4 Computer Integrated Manufacturing

2. Informatiesystemen vanuit informatica perspectief

2.1 Formele specificaties

2.2 Robuuste Technische Informatiesystemen

2.3 Database systemen

2.4 Computergraphics en user interface management systemen

2.5 Kennissystemen

3. Informatiesystemen vanuit besliskundig perspectief

3.1 Scheduling

3.2 Prestatie-analyse

3.3 Intelligente systemen


Voortgang van het onderzoek


Algemeen


Project 1: Informatiesystemen vanuit bedrijfskundig perspectief

Zie bijdrage van de faculteit Bedrijfskunde.


Project 2: Informatiesystemen vanuit informatica perspectief


Deelproject 2.1: Formele specificaties.

Dit betreft het onderzoek in het kader van het ExSpect project. ExSpect is een specificatie formalisme gebaseerd op gekleurde petri netten met tijd, een functionele taal en een binair datamodel. Er zijn diverse nieuwe analyse technieken ontwikkeld. Allereerst technieken voor het berekenen van doorlooptijden. Verder is een begin gemaakt met automatische verificatie van database constraints. De derde vorm van analyse die onderzocht is betreft protocollen van

subnetwerken. Veel aandacht is besteed aan de vervolmaking van het sofware gereed­schap.

ExSpect is wederom veelvuldig toegepast op praktijk gevallen in het kader van het TASTE project en het PROOFS project (ESPRIT 2). Hieruit zijn weer veel nieuwe ideeen voor zowel onderzoek als gereedschaps ontwikkeling voortgekomen.

Deelproject 2.2: Robuste Technische Informatiesystemen


Project 2.2.1: DEDOS (Dependable Distributed Operating System)

In het afgelopen jaar zijn een aantal onderwerpen voorlopig afgerond:

• De object-georiënteerde implementatie van het Eindhoven Multiprocessor Systeem EMPS dat als kernel van DEDOS dient. Dit werk wordt binnenkort afgesloten met een promotie. Het resterende werk betreft de overname en het onderhoud van het EMPS systeem door de sectie TT.

• Het object-georiënteerde programmeermodel van DEDOS, de bijbehorende DEDOS Application Language DEAL (C++ based) en een eerste prototype van de bij­behorende ontwikkelomgeving. Dit werk resulteerde in een aantal publikaties. De volgende stap is de verdere uitbouw van de DEAL en de uitbreiding van DEAL met real-time, betrouw­baarheids-, en distributie-eisen. Op lange termijn moet DEAL vervangen worden door een high-level taal.

• De hard- en soft real-time protocollen die nodig zijn om de verschillende EMPS systemen tot een geïntegreerd DEDOS executieplatvorm te verbinden. Ook de onderlinge samenhang van deze protocollen, de DEDOS protocolhiërarchie, is duidelijk geworden. Ook dit werk resulteerde in een aantal publikaties. De volgende stap is aan de ene kant de implementatie en het (functionele en performance) testen van deze protocollen op het EMPS systeem en aan de andere kant het formeel specificeren en verificeren.


De volgende onderwerpen zijn verder uitgewerkt:

• De DEDOS on-line scheduler voor hard real-time, hetgeen in een publikatie resulteerde.

• Het hiërarchische clock-synchronisatie algoritme.

• Het hiërarchische lidmaatschap algoritme.

• De gedistribueerde DEDOS concurrency control algoritmen. Ook op dit gebied is gepubli­ceerd.

De samenwerking met N is verder uitgebouwd, met name m.b.t. de besturing van experimenten en de toepassing van de DEDOS concepten. De interfacultaire werkgroep zal binnenkort opgericht worden.

Samen met de faculteit Bdk (Prof. Wortmann) en het Digital Coorperate Engineering Center in Amsterdam is een STW voorstel ingediend dat de toepassing van de DEDOS concepten voor adaptable en recoverable CIM-omgevingen behelst.

In het kader van het EEG BRITE EURAM project IMAGES 2000 zal in samenwerking met de europese vliegtuigindustrie in het algemeen en met Fokker in het bijzonder binnenkort een onderzoek starten naar de betrouwbaarheids- en beschikbaarheidsaspecten van een modulair controle systeem voor de civiele europese vliegtuigindustrie.


Project 2.2.2. Hard real time scheduling

In het afgelopen jaar is de basisversie van het DEDOS hard real-time scheduling model afgesloten

en aan een uitbreiding voor faultmasking door N-Multiple Redundancy (NMR) begonnen. Dit werk zal als CS-Note gepubliceerd worden. De locale scheduling is nu helemaal afgerond. Verder is er gewerkt aan global scheduling (process allocatie) heuristieken en het verder uitbouwen van het window scheduling algoritme. Over het laatste onderwerp zijn een aantal papers gepubliceerd. Er is een samenwerking ontstaan met Prof. A.D. Stoyenko en Prof. L. Welch van het New Yersey Institute of Tech­nology, Newark.


Project 2.2.3 Foutbestendigheid

In het afgelopen jaar is het onderzoek voortgezet naar een op traces gebaseerd forma­lisme, dat het exceptionele gedrag van een component als een transformatie van het foutvrij component­gedrag modelleert. Met name is gewerkt aan een bewijssysteem. Dit gebeurde in nauwe samenwerking met Dr. J. Hooman. Het bijzondere van dit formalisme is dat het fouten op een abstracte manier modelleert door uit te gaan van het observeer­bare communicatie gedrag van componenten: het beschouwt de mogelijke gevolgen van fouten op het observeerbare gedrag, zonder expliciet op die fouten in te gaan. Dit werk resulteerde in een aantal publikaties en zal voortgezet worden met het geschikt maken van de bewijstheorie om ook over de real-time eigenschappen van systemen te redeneren. Hiertoe wordt het untimed traces model vervangen door een model dat timed traces combineert met een notie van readiness.

Verder is een begin gemaakt met het opzetten van een compositionele bewijstheorie die het mogelijk maakt, op het niveau van een abstracte specificatie, te redeneren over de implementeer­baarheid van een programma onder diverse scheduling strategieën. Dit gebeurde in nauwe samenwerking met Prof. M. Joseph van de University of Warwick.

Daarnaast is in het afgelopen jaar een formalisme ontwikkeld voor het specificeren en verifiëren van gedistribueerde real time systemen. In dit formalisme wordt expliciet gebruik gemaakt van de lokale klokken, in plaats van de gebruikelijke notie van globale tijd. Ook dit werk resulteerde in een publikatie. Het project zal binnenkort afgesloten worden met een promotie.


Deelproject 2.3: Databases systemen

Er is verder gewerkt aan het GOOD model en zijn toepassingen op hypermedia systemen.

Er zijn diverse modellen voor hypertext vergeleken en ontwikkeld.

Op het gebied van EDI is een model ontwikkeld voor communicerende data bases. Voor dit model is een prototype in ExSpect gebouwd.

Er is verder gewerkt aan database schema integratie.


Deelproject 2.4: Computergraphics en user interface management systems.


Project 2.4.1 Grafische algoritmen

Toepassingen van chaincodes in het ontwerpen van krommen en oppervlakken zijn binnen dit project onderzocht en tevens geïmplementeerd in de vorm van een editor voor krommen, genaamd ce (curve editor), en het oppervlaktemodelleringssysteem genaamd pret. Het modelleren van oppervlakken en curven m.b.v. relaxatie methoden is ook aan bod gekomen en zal verder uitgewerkt worden. Andere onderwerpen die aan bod gekomen zijn, zijn: equivalentie klassen algoritme: een uitbreiding van het z buffer algoritme en soft shadows voor het z buffer algoritme. In het kader van het werk aan grafische algoritmen is door van Overveld tijdens de eerste helft van zijn verblijf in het buitenland gewerkt aan oppervlakte modellerings algoritmen. Dit werk vond plaats aan de universiteit van Calgary, Canada, in samenwerking met Prof.B. Wyvill en Prof.P. Prusinkiewicz.

De volgende onderwerpen zijn behandeld:

• polygonalisatie algoritmen voor impliciete oppervlakken

• de ontwikkeling van de zgn. "polygon inflation" techniek om op eenvoudige wijze 3 dimensionale gekromde oppervlakken te specificeren

• een techniek voor het beschrijven van branching structuren (verwant aan L systemen) die gebaseerd is op splines en o.a. ook loops toestaat

• algoritmen voor het verwijderen van straight silhouettes in polygon modellen, geschikt voor gebruik in een renderings pipeline

Over al deze onderwerpen zijn publikaties voorbereid of in voorbereiding.

Daarnaast is service verricht op het gebied van de computer simulatie van planten: gebaseerd op beschikbare renderingshardware is een real time systeem gebouwd om de fotosynthese efficiency van planten als functie van de blad geometrie te onderzoeken. Dit laatste werk is gedaan i.s.m. Dr.G. Rimmington (universiteit van Melbourne, Australie); ook hierover is een artikel ter publikatie aangeboden. Tijdens het tweede gedeelte van het buitenlandse verblijf van Van Overveld aan de Universiteit van Pennsylvania in Phyladelphia is ook het samenwerkingsproject met Wyvill over de polygonalisatie algoritmen nog voortgezet.

E.e.a. heeft geresulteerd in een aanmerkelijke uitbreiding van de Eindhovens geometric­modelling omgeving.

Project 2.4.2 Computeranimatie

De aandacht binnen het computeranimatie project richt zich op het systeem GDP dat mede ook binnen het SOBU project "Dialoogvoering en Kennisopbouw" wordt gebouwd. De object-georiënteerde taal Looks die voor het aansturen van de GDP is ontwikkeld, is in 1992 verbeterd en uitgebreid; Tevens is de interpreter voor Looks voltooid. In Looks zijn een groot aantal elementaire klassen geschreven en er wordt gewerkt aan een klasse voor ondersteuning van een windowing omgeving. De documentatie en handleiding van zowel Looks als de GDP zijn voltooid. Er is tevens ook onderzoek gedaan naar kinematica concepten die binnen de GDP toepasbaar zijn om autonoom bewegende objecten te maken.

Buiten het SOBU project is door Van Overveld onderzoek verricht op het gebied van dynami­sche simulatie, de resultaten hiervan hebben geleid tot nieuwe bewegings­algoritmen in het animatiesysteem WALT. Hierover is een artikel ter publikatie aangeboden aan een conferentie.


Een begin van samenwerking is tot stand gekomen met Prof. D. Metaxas van de universiteit van Pennsylvania in Philadelphia.


Project 2.4.3 UIMS (User Interface)

Er is niet meer gewerkt aan de ontwikkeling van een eigen UIMS systeem, omdat DRUID en GENSUI voldoende functionaliteit bieden. Wel zijn en worden andere systemen geanalyseerd en beoordeeld op hun bruikbaarheid. Afstudeerders zijn bezig met het ontwikkelen van een Reference manual voor UI ontwerp (een beknopte verzameling richtlijnen t.b.v. medewerkers en studenten) en het opstellen van dialoogconcepten voor directe manipulatie interfaces. Als testomgeving voor deze concepten wordt onder andere het hier ontwikkelde geometrische modelleringspakket per gebruikt.


Deelproject 2.5: Kennissystemen


Project 2.5.1: Decision Support Systems.

Dit onderzoek richt zich op twee aspecten: efficiente en robuuste algoritmen voor een zeer ruime klasse van scheduling problemen en grafische user interfaces voor zulke problemen.

Aan de algoritmische zijde is vooral gewerkt aan constraint satisfaction technieken waarmee goede numerieke resultaten zijn geboekt. Als toepassing is gewerkt aan het vervaardigen van dienstregelingen voor de Nederlandse Spoorwegen. Aan de interface zijde is gewerkt aan Petri net representaties van scheduling problemen. Deze represen­taties kunnen ook gebruikt worden voor het berekenen van schedules d.m.v. prioriteits regels. Een andere onderzoekslijn is gestart op het gebied van het toepassen van Markov beslissingstheorie op zoek-problemen.


Project 2.5.2 Gedistribueerde real time expert systemen

Gebruik makend van ervaringen met de STRESS ontwikkelomgeving in de voor­gaande jaren is een begin gemaakt met een ontwerp en implementatie van STRESS-II. Naast de principes die reeds in STRESS-I waren gebruikt, zoals modulariteit en gegarandeerde response-tijden, zijn hierbij een aantal nieuwe uitgangspunten gehan­teerd. De belangrij­kste zijn het samenbrengen van regel-gebaseerde en imperatieve formuleringen in de taal en de mogelijkheid real-time problemen op een generieke manier te modelleren en te specificeren. Er is gekozen voor een aanpak die veel lijkt op de exspect specificatie methode. De taalelementen voor regelgeb­aseerd program­meren ondersteunen nu ook variabelen, predikaten en functies. Door middel van een off-line analyse van de regelbank kan worden bepaald of de applicatie aan de tijdseisen voldoet. Een belangrijke verbetering ten

aanzien van STRESS-I is dat geen gebruik meer behoeft te worden gemaakt van progressieve reasoning om tijdgaranties te kunnen geven. Progressieve reasoning is nu een speciale implementatiemetho­de die naar keuze kan worden toegepast. Enige kleine voorbeelden zijn met behulp van de nieuwe omgeving uitgewerkt.


Project 3: Informatiesystemen vanuit besliskundig perspectief


In het onderstaande wordt de voortgang in de drie deelprojecten kort besproken. In verschillende gevallen is sprake van problemen die in samenwerking met bedrijfskunde en informatica-collega's behandeld worden. Het werk kan in zulke gevallen in beide projecten vermeld zijn.


Deelproject 3.1: Scheduling.


Scheduling van berekeningen binnen geïntegreerde circuits.

Het gaat hierbij om het schedulen van periodieke berekeningen benodigd voor de verwerking van videosignalen. In het verslagjaar werden verscheidene artikelen over dit onderwerp afgerond; een medewerker van Philips Research promoveerde op het onderwerp.


Scheduling van bewerkingen in parallelle computers.

Dit onderzoek werd tot 1 december uitgevoerd op het CWI, met financiële steun van SPIN, en daarna op de TUE. Een proefschrift over het onderwerp werd nagenoeg afgerond. Dit onderzoek omvatte het implementeren en experimenteren met TOSCA, een 'Tunable Off-line SCheduling Algoritme', en het behalen van resultaten betreffende de complexiteit en de benaderbaarheid van schedulingproblemen met communicatiever­tragingen tussen de opdrachten.


Deelproject 3.2: Prestatie-analyse


Prestatie-analyse van computernetwerken.

Dit onderzoek heeft in 1991 wat stil gelegen na het vertrek van de SION/NWO medewerker. Het onderzoek samen met de medewerkers van de faculteit Elektrotechniek aan de TUD naar local area networks heeft in 1991 nog geleid tot een tweetal rapporten die waarschijnlijk gepubliceerd zullen worden. Begin 1992 is een nieuw promotieonder­zoek gestart waarin prestatie-analyse en betrouwbaarheid geïntegreerd worden, en waarin nauw samengewerkt zal worden met Informatica. Verder zal samen met de faculteit Elektrotechniek en PTT Research onderzoek gedaan worden naar de prestaties van ATM netwerken.


Deelproject 3.3: Intelligente systemen.

Een model- en algoritmemanagement systeem voor de routering van voertuigen (MAMS).

De activiteiten bleven beperkt tot een herziening van de rapportage over de tot nu toe behaalde resultaten. Ten gevolge van het uitblijven van financiering door de NFI is het project in de ijskast gezet.

Een planbordgenerator.

In het kader van een promotieproject werd in het verslagjaar gewerkt aan een beschrij­ving van planningsproblemen. Een begin is gemaakt met om met behulp van deze beschrijving een planbordgenerator te bouwen. Verder worden de manipulaties die toegepast kunnen worden op representaties van planningsproblemen geclassificeerd.


Modelspecificatie voor logistieke systemen (TASTE).

In dit onderzoek wordt samengewerkt met Informatica en TNO en via TNO met een aantal medefinancierende bedrijven. Het besliskundige deel bestond vooral uit de verdere ontwikkeling van analysemethoden en het logistieke referentiemodel. Het hierop gebaseerde proefschrift werd voltooid.

In samenwerking met IIASA werd begonnen aan de ontwikkeling van ontwerpprocedu­res op basis van simulatie.

AI-technieken in modelgestuurde beslissingsondersteunende systemen.

Een artikel werd voltooid over integratie van regel-gebaseerde en algoritmische methoden bij het ontwerpen van een geschikt personeelsbeleid.


Neurale netwerken en beslissingsondersteuning.

Er werd vooral gewerkt aan het ontwerpen van neurale netwerken voor combinatori­sche optimaliseringsproblemen. Hierover werden enige artikelen geaccepteerd voor publicatie in 1993. Een proefschrift over dit onderwerp is eveneens gepland voor afronding in 1993.


Samenwerkingen


• Een landelijke werkgroep, getiteld Dutch Decision Support Systems Research Group, waarin samenwerken de faculteit der Economische Wetenschappen en de faculteit der Bedrijfskunde van de EUR, de faculteit der Technische Wiskunde en Informatica van de TUD, de faculteit Bedrijfskunde en de faculteit der Wiskunde en Informatica van de TUE, de faculteit der Wiskunde en Informatica van de RUL en de afdeling Beslis­kunde, Statistiek en Systeemtheorie van het CWI. De groep heeft een samen­werkingsverband met de Universiteit van Passau en is uitgebreid met een groot aantal belangstellen­den.

• Op het gebied van decision support systems wordt samengewerkt met IIASA, Laxenburg, Oostenrijk, in het kader van de International Exercise in DSS Develop­ment.

• Op het gebied van specificatie en simulatie wordt samengewerkt met TNO, in het bijzonder met ITP-TNO/TUE in het kader van het TASTE-project, en op het gebied van databases met de groep van prof.dr. R. Meersman (KUB).

• Een werkgroep ex art. 89 WWO met de vakgroep Grondslagen der weten­schappen van de faculteit der Wijsbegeerte van de KUB en de vakgroep Informatica van de faculteit der Wiskunde en Informatica van de TUE: de werkgroep Logica en Informatiesystemen.

• Samenwerking van de secties IS, TI en TT met KUB (Tilburg) en IPO in het kader van het SOBU samenwerkingsproject Dialoog­voering en Kennisopbouw. (DenK); op dit project is Borghuis aangesteld.

• Op het gebied van Robuuste Technische Informatiesystemen:

VUA (prof.dr. J. Treur) in het kader van het gebruik van DESIRE voor het STRESS project; Océ-Nederland b.v. te Venlo; Werkgroep laboratorium Automatisering van de faculteit Natuurkunde aan de TUE m.b.t. de constructie van een DEDOS kernel; KUN (prof.dr.ir. J. Vytopil) m.b.t. het STW-project over fault-tolerance; Philips BCS m.b.t. distributed operating systems; Univ. of Warwick (prof. M. Joseph) en Univ. van Kiel (prof. W.P. de Roever) m.b.t. het specificeren en verifiëren van fouten tolerante systemen in het kader van het STW project over fault tolerance.

• Op het gebied van Computergraphics en User Interface Management Systemen is samengewerkt met:

NOB (Hilversum), VU Academi­sche Ziekenhuis (Amsterdam), Prof. B. Wyvill en Prof. P. Prusinkiewicz van de universiteit van Calgary, Dr. G. Rimmington van de universiteit van Melbourne.

• De vakgroep Informatica werkt samen met PRISMA Informatica (Perugia, Italië), SLIGOS (Paris La Défense, Frankrijk), Telesystèmes (Paris, Frankrijk), ITI-TNO (Delft, Nederland), IPL-TNO (Eindhoven, Nederland) en ENTEL (Madrid, Spanje) in het kader van ESPRIT aan het project 5342, getiteld Promotion of formal methods in European software industry (PROOFS).

• Op het gebied van de scheduling wordt samengewerkt met Philips Research en, in het kader van het SPIN project PARTOOL met EHT CWI.


2 OVERIGE PROGRAMMA'S EN OF THEMA'S (NIET-VF)


2.1 Project: Computers In Mathematical Education.


Reeds vele jaren wordt aan de TUE bij het service onderwijs in de wiskunde onderzoek gedaan hoe op een verantwoorde wijze computers en software in dit onderwijs geintegreerd kunnen

worden. Dit is een terrein waar nog zeer weinig ervaring mee is, in tegenstelling tot de meer traditionele wiskunde cursussen, die een ontstaansgeschiedenis van vele decennia hebben. Om de ervaringen met het gebruik van computers in het onderwijs te kunnen bundelen is in 1991 het project Computers in Mathematical Education opgezet.

In het jaar 1992 is gewerkt op de gebieden analyse, statistiek en computer algebra; een kort overzicht volgt hierna. Bovendien is actief meegewerkt aan aan aantal landelijke activiteiten op het gebied van computers in het wiskunde onderwijs; ook daarvan volgt een kort verslag. Tenslotte volgt een overzicht van de behaalde resultaten.


Analyse.


In 1992 werd in de cursus Calculus voor W met twee instructiegroepen begonnen met het pakket MATHEMATICA in plaats van de BASIC-program­ma's en DERIVE. Dit past in het kader om bij het onderwijs zoveel mogelijk die software te gaan gebruiken die de ingenieurs ook in hun beroepspraktijk kunnen of zullen gebruiken. De ervaringen zijn redelijk positief. Er waren geen grote problemen. Wel vergde de ontwikkeling van een aantal extra opdrachten in MATHEMATICA ten behoeve van dit onderwijs nogal wat tijd en inspanning. Het oefen­materiaal bij dit experiment was gelijk aan dat van de vorige jaren. Het gebruik van MATHE­MATICA geeft aanleiding tot een bezinning over de aard en de inhoud van het oefenmateriaal bij de cursus. Hieraan zal de komende jaren aandacht besteed gaan worden.


Statistiek.


In vervolg op de experimenten en ervaringen uit 1991 rond het geinte­greerd gebruik van statistische software bij Statistiek cursussen zijn in 1992 bij concreet drie cursussen, namelijk Statistiek 2 voor TM (2S2S190), Statistiek voor W (2S040) en Statistiek 2 voor BDK (2S120) practica opgezet, waarbij de hele studentenpopulatie gedurende een aantal oefenmiddagen statistische problemen op leert lossen met gebruik van het softwarepakket Statgraphics. Hiertoe zijn, per studierichting, een aantal specifieke syllabi ontwikkeld, waarin naast een toelichting op de software ook statistische aspecten van het gebruik en speciaal aangepaste opdrachten opgenomen zijn. Meer in het bijzonder zijn dit TUE-Syllabus 2429: 'Syllabus 2p-proeven bij Statistiek 2 voor Bedrijfskunde', TUE-Syllabus 2482: 'Syllabus Statgraphics bij Statistiek voor Werk­tuig­bouwkunde' en een tweetal voorlopige uitgaven 'Statgraphics bij Statistiek 2 voor TM' en 'Statgraphics bij Statistiek 2 voor TM'. Voor de komende jaren is gepland om deze syllabi om te werken tot definitieve uitgaven en ook voor andere studierich­tingen mogelijkheden voor aanpas­singen binnen het Statistiek-onderwijs in deze zin te onderzoeken en zo mogelijk concreet uit te voeren. Daarnaast zal ook nader bestudeerd worden in hoeverre verdere inhoudelijke wijzigingen binnen het statistiekonderwijs mogelijk of noodzakelijk worden door de beschikbaar­heid van standaard statistische software.


Computer Algebra.


De cursus Algebra 3 rond het pakket MATHEMATICA werd in iets aangepaste vorm opnieuw gegeven. Aan deze cursus namen ook een aantal studenten en stafleden van andere faculteiten deel. Het afrekenen vormt een merkwaardig probleem. De studenten dienen zelf een onderwerp te vinden waarop zij laten zien hoe MATHEMATICA daar gebruikt kan worden. De goede studenten hebben daar geen moeite mee. Van de overigen laat de afrekening op zich wachten omdat zij geen toepassing zien. Er werden wel suggesties gegeven.

Er is deelgenomen aan een seminarium over Groebner bases in Utrecht (zes middagen).

In de tweede helft van 1992 werd gekeken naar de bruikbaarheid van computer­algebra bij Clifford algebra's. Er werd een pakket ontwikkeld voor het rekenen met quaternionn (een bijzonder geval). In het algemeen lijkt voor Clifford algebra's een nadere beschouwing van AXIOM nodig. Zodra dat kan zal er aan dit onderwerp verder gewerkt gaan worden.


2.2 ONDERZOEKSINSTITUTEN

2.2.1 Instituut Wiskundige Dienstverlening


De omvang van de contractresearch was aanzienlijk groter dan in voorafgaande jaren, niet zozeer omdat het aantal projecten, alswel omdat de gemiddelde projectgrootte toenam. Tevens zijn er enkele (betaalde) voorstudies verricht voor het midden- en kleinbedrijf (MKB). Deze leiden mogelijk tot vervolgprojecten in 1993. Als we een grove indeling naar wiskundige vakgebieden maken van de vragen, vinden we de volgende aantallen: mathematische fysica (6x), optimaliser­ing (3x), statistiek en proefopzetten (2x), differentiaalgeometrie (1x), splines (1x), chaostheorie (1x). Vanwege tijdsdruk is er in 1992 minder dan in voorgaande jaren gelegenheid geweest om projecten zodanig uit te werken dat ze geschikt waren voor publicatie in een officieel tijdschrift.


Op verschillende manieren is geprobeerd de contacten met het bedrijfsleven uit te breiden. Daarbij is vooral aandacht geschonken aan het MKB. De TUE heeft de technologietransfer naar het MKB hoog in het vaandel staan getuige het feit dat de rede getiteld "De ivoren toren?", die de rector magnificus uitsprak bij de opening van het academisch jaar 1992-93, bijna geheel aan dit thema was gewijd. Zakelijk gezien is het MKB niet de meest aantrekkelijke partner voor een universiteit. Uit IWDE-ervaring is echter gebleken dat de in het MKB bruikbare wiskunde van een verrassend hoog niveau kan zijn. De daaruit resulterende spin-off in de vorm van publicaties en voorbeelden bij het onderwijs is een belangrijk doel van het IWDE.


Als we inventariseren hoe de contacten in 1992 tot stand kwamen, verkrijgen we het volgende beeld. De grote bedrijven zoals Shell, Philips, NS, KEMA, weten zelf de weg te vinden, bijvoorbeeld doordat men persoonlijke contacten heeft binnen de faculteit Wiskunde en Informatica. Het MKB komt vooral bij het IWDE terecht via de Innovatiecentra. Er wordt naar gestreefd om in 1993 het IWDE grotere bekendheid te geven bij deze centra. De IWDE-stand bij speciale gelegenheden aan de TUE, zoals symposia, opening academisch jaar, KIVI-dag en publieksdag, hebben één contact opgeleverd. Een interview met prof.dr. J.H. van Lint in een bekend dagblad leidde eveneens tot één project.


2.3 Vakgroepenoverzicht


2.3.1. Vakgroep Discrete Wiskunde (DW)


VF-programma:

• TUE.WSK.303.90.25 Discrete Structuren 3


Thema's en voortgang thema's buiten de VF

• Didaktiek. De training en begeleiding van de Nederlandse deelnemers aan de Interna­tionale olympiade werd verzorgd. Een bijdrage werd geleverd aan de ontwikkeling door het CITO van zogenaamde toetsmatrijzen t.b.v. het centraal schriftelijk eindexamen V.W.O. Wiskunde B.

• O.P.Lossers. In 1992 zijn zeven oplossingen van onze problem solving group met publicatie gehonoreerd. De groep kwam regelmatig bij elkaar met gemiddeld acht deelnemers uit alle vakgroepen en een student uit Nijmegen. Er werden ruim 70 oplossingen verzorgd.


Wetenschapsgebied ISN: 1299 discrete wiskunde, 1204, 3325, 5801

Wetenschapsgebied NWO: P110, T180, S270

Wetenschapsgebied NABS: N025, N10, N081


2.3.2 Vakgroep ANALYSE (A)


VF-Programma's:

• TUE.WSK.301.90.25 Toepassingsgerichte Analyse 3


Thema's buiten de VF

• Veldentheorie en Clifford analyse. Beschrijving van deeltjesvelden, elektromag­ne­ti­sche en andere Yang-Mills velden met behulp van Clifford bundels.

• Mathematische (niet-equidistante) sampling theorie.

• Asymptotisch probleem. Toepassing van de `buizenmethode' op een klasse van integro-differentiaal-vergelijkingen.

• Differentiaalvergelijkingen in de materiaalkunde en de continuumsmechanica.

• Chaostheorie en tijdreeksanalyse

• Aero-akoestiek

• Modellering van polymeerstroming

• SOBU-project Golden Ten: deterministische en stochastische analyse van het Golden Ten spel en soortgelijke kansspelen.


Service

Kortlopend onderzoek naar aanleiding van vragen op het gebied van in de vakgroep vertegen­woordigde disciplines; met name op het gebied van de mechanica, de toegepaste analyse, de numerieke wiskunde en de numerieke programmatuur.

Expliciet kunnen genoemd worden: het werken aan problemen samenhangend met numerieke freeskopbesturing (Philips CFT) en kort onderzoek aan niet-lineaire periodieke differentiaal­vergelijkingen ten behoeve van de faculteit T.

Verder wordt er substantiële steun verleend aan het IWDE, zowel in de vorm van serviceon­derzoek als ook ondersteuning bij implementeren en programmeren.


Samenwerkingen

• Op het gebied van mathematische (niet-equidistante) sampling theorie met Hollandse Signaalapparaten B.V.

• Met de vakgroep Theoretische Natuurkunde TUE, op het gebied van de grondsla­gen voor de quantummechanica i.h.b. de operatoren­theorie. Samenwer­king bestaat o.m. uit medebegeleiding van een promovendus op genoemd gebied.

• Op het gebied van de Wigner-distributie en de Heisenberg-groep wordt samenge­werkt met het Philips Natuurkundig Laboratorium.

• Met DSM-Research, Geleen, in een onderzoek naar het gedrag van stromingen van niet-lineaire (visco-elastische) vloeistoffen (polymeren).

• Met het Nat.Lab. Philips, wisselende projecten in verband met afstudeerders.

• Met de vakgroep Fundamentele Werktuigkunde TUE een promotieprojekt (stroming door aderen).

• Met Fysische Technologie TUE (promotieonderzoek ten aanzien van kleivorm­lin­gen).

• Met de Dienst grondwatervoorziening TNO-Delft.

• Met Philips CFT op het gebied van halfgeleiders en numerieke freeskopbe­sturing.

• Met de vakgroep Econometrie van de KUB (in SOBU-project) i.v.m. promotie­onderzoek Golden Ten.

• Met de vakgroep Wiskunde en Informatica van de RUG, kriteria voor contact tussen een springplank en zijn ondersteuning.


Wetenschapsgebied ISN: 1202, 1206, 2202, 2205, 2212

Wetenschapsgebied NWO: P130 , P140, P170, P190, P200

Toepassingsgebied NABS: N070, N077, N025, N10


2.3.3 Vakgroep BESLISKUNDE EN STOCHASTIEK (B&S)


VF-Programma's:

• TUE.WSK.301.90.25 Toepassingsgerichte Analyse 3

• TUE.WSK.302.90.25 Besliskunde en Stochastiek 3

• TUE.INF.303.90.26 Informatiesystemen 2


Thema's en voortgang thema's buiten de VF

• Probleem-oplossen. Er werden (deels in het kader van `O.P. Lossers') enkele problemen uit wiskundetijdschriften opgelost en ingestuurd; een deel werd gepubli­ceerd.

• Kroonwielvertanding. Ir. M. Peerdeman verricht onder leiding van prof.dr.ir. M.J.W. Schouten promotieonderzoek. Dr. D.A. Overdijk is als copromotor betrokken bij dit onderzoek. De resultaten moeten inzicht verschaffen in de levensduur en de geluids­productie van de kroonwieloverbrenging.

• Er werd een bijdrage geleverd aan het thema "Computergebruik in het wiskunde­onderwijs".


In het kader van het Samenwerkingsorgaan Brabantse Universiteiten liepen er in 1991 2 projekten:

• Aanpassingsprocessen in rantsoeneringseconomieën. Uitvoerder drs. P.J.J. Herings. projectleiders dr. J. van Geldrop en dr. A. Talman.

• Strategisch gedrag en economische theorie. Uitvoerder drs. A.Groot, projektlei­ders, dr. C. Withagen en prof.dr.A. de Zeeuw. Het komend jaar is een promotie in het kader van dit samenwer­kingsprojekt te verwachten.

• Milieu en economische groei. Uitvoerder drs. ing. N.Vellinga. Projektleiders dr.C. Withagen en prof.dr.A. de Zeeuw. Projekt is per 1-1-1992 toegewezen.


Consultatie en service.

Kortlopend onderzoek naar aanleiding van vragen op het gebied van in de vakgroep vertegen­woordigde disciplines.

Statistische consultatie in het kader van het Instituut Wiskundige Dienstverlening Eindhoven.


Samenwerkingen

• Een werkgroep ex art. 89 WWO met de vakgroep Bestuurlijke Informatiesys­te­men en automatisering van de Faculteit der Bedrijfskunde van de TUE (werk­groep System development environments).

• Instituut Wiskundige Dienstverlening Eindhoven.


Wetenschapsgebied ISN: 1207, 1208, 1209

Wetenschapsgebied NWO: P140, P160, P170, P110

Toepassingsgebied NABS: N083, N070, N043, N10


2.3.4 Vakgroep INFORMATICA (I)


VF-programma's:

• TUE.INF.301.90.26 Programmeren

• TUE.INF.302.90.26 Parallellisme

• TUE.INF.303.90.26 Informatiesystemen 2


Overige programma's en/of thema's (niet-VF)

Voor zover onderzoek buiten de VF-programma's wordt gedaan, is dit niet in program­ma's en/of thema's gebundeld en beschreven.


3.3 Kwantitatieve overzichten op faculteitsniveau


1   2   3   4   5   6   7   8   9   10   ...   30

Похожие:

Faculteit iconFaculteit

Faculteit iconFaculteit

Faculteit iconFaculteit

Faculteit iconUniversiteit Gent Faculteit Landbouwkundige en Toegepaste Biologische Wetenschappen Vakgroep plantaardige productie

Разместите кнопку на своём сайте:
Библиотека


База данных защищена авторским правом ©lib.znate.ru 2014
обратиться к администрации
Библиотека
Главная страница